Dr. Suzanne Humphries: ‘Ik heb nog nooit zulke gezonde kinderen gezien’

Suzanne-Humphries

Dr. Humphries is medisch specialist en wordt door velen op dit moment gezien als een belangrijke autoriteit op het gebied van vaccinaties. Samen met Roman Bystrianyk heeft zij het boek ‘Dissolving Illusions’ geschreven.

Vanuit de US kwam 9 dagen lang, van 10 t/m 19 januari 2017 dagelijks een documentaire met meerdere interviews, een episode, uit ‘Vaccines Revealed’. Iedere uitzending was slecht 24 uur beschikbaar, daarna kwam de link naar de volgende episode weer. De gastheer was Patrick Gentempo. In de 2e episode wordt Dr. Suzanne Humphries geïnterviewd door Mw. Toni Bark MD.  De transcriptie hiervan is voor de NVKP vertaald.

Suzanne: Mijn specialiteit is interne ziekten en nefrologie, specialist voor nierziekten. Gedurende de afgelopen drie/vier jaar ben ik meer opgeschoven naar een holistische benadering met een nadruk op de studie van de doelmatigheid, veiligheid en noodzaak van vaccinatie.

Interviewer Toni Bark: Dr. Humphries, toen u begon met uw dokterspraktijk, hoe was toen uw manier van kijken naar vaccinaties en vaccins in het algemeen, en hoe is deze ontwikkeld of veranderd en hoe kijkt u er nu naar?

Suzanne: Tegenwoordig ben ik tegen vaccins. 10 jaar geleden echter was ik niet tegen vaccins. Ik wist niets van vaccins. Ik was medisch opgeleid in een systeem dat hield van vaccins en vertrouwen heeft in vaccinatie. Ik heb veel recepten uitgeschreven voor vaccins. Als opgroeiend kind heb ik vaccinaties gehad. Ik kreeg ze ook voordat ik naar de medische faculteit ging. Eerlijk gezegd was ik er niet zoveel mee bezig, omdat we nooit les hebben gehad in onze opleiding over wat er in vaccins zit. Wij hebben echt nooit iets geleerd over de nadelen van vaccins in de medische opleiding. Aan ons werd het schema voor kindervaccinaties gegeven en verteld wanneer ze gegeven dienen te worden, en we registreerden ze, toen ik stage liep op de kinderafdeling. Ik dacht er helemaal niet over na, vroeg nooit aan patiënten wanneer hun laatste vaccinatie was als ze met een klacht over hun gezondheid kwamen.

Gegeven het feit dat vaccins eigenlijk medicijnen zijn met een hoop chemische toevoegingen en een impact op het immuunsysteem, hadden we dat eigenlijk wel moeten vragen. Het was pas later in mijn loopbaan dat ik deze vragen ben gaan stellen, nadat ik bepaalde dingen had zien gebeuren. Dat is het moment waarop ik mijn onderzoek ben begonnen en ik veranderde van een niet-wetende naar iemand die zich de noodzaak van vaccinatie in de huidige tijd afvraagt.

Toni: Denkt u dat vaccins veilig zijn?

We vertrouwen vaccins omdat we allemaal gevaccineerd zijn geen zicht hebben op een groep die geheel ongevaccineerd is.

Suzanne: De reden dat ik zeg niet te geloven in een gegarandeerde veiligheid bij vaccinatie heeft te maken met de oorsprong van vaccinaties, wat er in zit, en het gebrek aan onderzoek waarbij we gevaccineerde personen vergelijken met niet-gevaccineerde personen. De reden waarom we vertrouwen hebben in vaccins en het niet betwisten, is omdat we allemaal gevaccineerd zijn en omdat we geen zicht hebben op een groep die geheel ongevaccineerd is. Pas op het moment dat ik in aanraking kwam met een groep totaal ongevaccineerde kinderen begon ik te zien dat wat we verwachten als kinderziekten en alle dingen die gebeuren wanneer we ouder worden, op de een of andere manier te maken heeft met vaccinatie, want dat was het enige wat anders was bij deze kinderen, die ik ongeveer vier jaar geleden ontmoette. Ik heb nog nooit zulke gezonde kinderen gezien. Zij kregen kinkhoest, zij kregen waterpokken, zij hadden de gewone kinderziekten, maar zij hadden nooit antibiotica nodig. Zij waren nooit langer dan 24 tot 48 uur ziek. Zij waren opgewekter, slimmer, intelligenter. Het was alsof ik met buitenaardse wezens praatte toen ik deze ongevaccineerde kinderen ontmoette. Dat was het begin van verder onderzoek, toen ik dat verschil had gezien.

Ik denk dat de meeste artsen en mensen zoals u niet in de gelegenheid zijn om zich echt het verschil te realiseren tussen een gevaccineerd en een ongevaccineerd persoon, laat staan tussen bevolkingsgroepen. Wat we nodig hebben is een studie die kijkt naar deze gevaccineerde en ongevaccineerde populaties en die studie is nooit gedaan. Altijd als je een medicijn wilt testen om te zien wat de effecten zijn, negatief en positief, is het nodig om gevaccineerde en ongevaccineerde individuen te vergelijken en als je de lange termijneffecten of de nadelen of de voordelen wilt weten van de interventie, is het nodig om mensen langdurig te volgen. Dat is bij geen enkel vaccin gedaan.

Als je nadenkt over wat er in een vaccin zit, wat de meeste mensen niet doen, omdat ze het niet weten, omdat het echt niet wordt uitgelegd aan artsen en het wordt niet uitgelegd aan mensen die ze krijgen, de potentiële ontvangers van vaccins. Als je eenmaal gaat kijken naar hoe een vaccin is gemaakt en wat er in zit, moeten er vragen opkomen zoals wat hier mogelijk fout kan gaan dat we niet jaren later opmerken, omdat sommige van deze kwesties weken, maanden of jaren nodig hebben om te ontwikkelen. Om een vaccin te maken moet je eerst het virus verkrijgen of een toxine van de bacterie of een stukje van de bacteriële celwand. Dus je moet eerst een ziekte uit een dier of een mens halen. Bijvoorbeeld met mazelen, ze kregen bloed van iemand die mazelen had. Ze kweken dat op een aantal cellijnen, omdat je niet zomaar levende mazelen in iemand kan injecteren. Je moet het eerst wat ze noemen verzwakken om het minder heftig te maken.

Om dat te doen laten ze het oorspronkelijke virus door verschillende cellijnen gaan. Sommige van de cellijnen waar de mazelen doorheen gaan zijn menselijke cellen, embryonale cellen van menselijke oorsprong, kippencellen, apennierencellen. Het virus moet hier doorheen om het te verzwakken. Nadat ze dit gedaan hebben moeten ze het virus vermeerderen om enorme hoeveelheden vaccin te kunnen maken. Om het te vermeerderen, gaan ze het op allerlei verschillende soorten cellen vermeerderen, zoals op iets wat ze noemen een madin-darby nier – deze is niet voor mazelen, maar voor griepvaccinaties, bijvoorbeeld – madin-darby niercellen, die zijn van Cocker Spaniel niercellen, die carcinogeen zijn gemaakt waardoor ze snel vermenigvuldigen.

Een deel van deze cellen gaat in het vaccin. Bindweefselvormende cellen (fibroblasten) van foetale longcellen, afkomstig van een abortus in 1966, zijn enkele van de andere cellen waar deze vaccinculturen op worden gekweekt.

Apennierencellen worden tegenwoordig nog steeds gebruikt en zij worden al lange tijd gebruikt. Al deze dierlijke cellen met dierlijk DNA zijn onderdeel van een vaccin. Het wordt zelfs genoemd op sommige bijsluiters. Je kunt je voorstellen dat verschillende ziekten tijdens dit proces kunnen worden opgelopen en dat gebeurde in het verleden. Er waren apenvirussen waarvan uiteindelijk, 30 jaar later, erkend werd dat ze tumoren hebben veroorzaakt in mensen en duidelijk betrokken waren bij tumoren in mensen. Over het Simian virus 40 is veel in de medische literatuur te vinden. (red.: ook in http://nvkp.nl/fileadmin/nvkp/pdf/Dossiers/poliodossier%2028%20sept%202015.pdf onder ‘bijwerkingen’) Het is geen cult wetenschap. Bovendien zijn er meerdere onbekende virussen, die niet uit de testen naar voren komen, omdat als je niet weet dat iets in een vaccin zit,  je het ook niet kunt testen. Je moet een speciale test hebben ontwikkeld om onbekende virussen en andere dingen op te kunnen sporen. Incidentele virussen zijn in vaccins gevonden.

Er is veel dat wij niet weten wat er met vaccins gebeurt. Stel, iemand krijgt een vaccin, en die ontwikkelt daarna een virale ziekte of tumoren, kunnen we die persoon dan garanderen dat het niet veroorzaakt werd door het vaccin? Nee, wij kunnen dat niet garanderen, maar de meeste artsen en de meeste leken zullen nooit een relatie leggen tussen deze twee zaken. Er is geen enkel onderzoek gedaan naar het verschil in het aantal kankergevallen tussen gevaccineerden en ongevaccineerden, maar we weten dat het aantal kankergevallen is toegenomen sinds de vaccinatiepraktijk is toegenomen. Dat weten we wel.

Buiten de verdwaalde virussen die van dieren, dierlijke cellen en dierlijk DNA afkomstig zijn, zijn er allerlei chemicaliën die meekomen met vaccins. Formaldehyde, wat bekend is als giftig en carcinogeen. Er is nog steeds kwik aanwezig in vaccins en er zat heel veel kwik in vaccins voordat ze het er uit haalden, maar er zijn nog steeds sporen van kwik aanwezig in sommige vaccins voor kinderen en er zit nog steeds kwik in de multi dosis griepvaccinatie.

Toni: Is er iets in vaccins wat goed of noodzakelijk is voor een goede gezondheid?

Suzanne: Nou, ik geloof dat mensen het recht moeten behouden om vaccins te krijgen als ze die willen. Wat mij het meeste zorgen baart bij de vaccinatiepraktijk is dat mensen die ze niet willen, hun recht verliezen om ze te weigeren en dat er meer en meer vaccins worden aanbevolen voor kinderen en volwassenen. Toen ik opgroeide waren er ongeveer 6 vaccins in het programma. Nu zijn er ongeveer 32 vaccins in het programma. Toen ik opgroeide kregen we onze eerste vaccinaties niet voor de kleuterschoolleeftijd. Nu krijgen baby’s hun eerste vaccinatie als ze een paar uur oud zijn. Toen ik opgroeide kregen volwassenen niet routinematig en geregeld hun vaccinaties, maar nu wordt volwassenen aanbevolen om het griepvaccin, kinkhoest- en mazelenvaccin te nemen. Ironisch genoeg is hoe meer vaccinaties we gebruiken, hoe meer we er nodig hebben, omdat we onze natuurlijke immuniteit verloren hebben. Zoals bijvoorbeeld met de mazelen, mensen ontwikkelden langdurige immuniteit van meer dan 75 jaren. Er is onderzoek gedaan op de Faeröer eilanden dat aantoonde dat als mensen mazelen hadden gehad, zij 75 jaar immuun bleven. Dat is een lange tijd.

Met het vaccin wordt een soort immuniteit uitgelokt, die niet hetzelfde is als wanneer je een natuurlijke ziekte doormaakt, en het duurt niet zo lang.

Als je een klein meisje vaccineert tegen mazelen dan kan ze 20 tot 30 jaar lang immuun blijven voor mazelen, maar wanneer ze haar eerste baby krijgt, zal ze haar immuniteit niet op dezelfde wijze en niet zo goed doorgeven aan haar baby, als wanneer zij de ziekte zelf had doorgemaakt, omdat er bij vaccins geen antistoffen gevormd worden in de slijmvliezen, dus haar borstvoeding is niet zo beschermend als het had kunnen zijn. Dit is eveneens bewezen in de wetenschappelijke medische literatuur. Ik heb er over geschreven en in de reguliere medische literatuur is te vinden, dat gevaccineerde vrouwen niet in dezelfde mate hun kinderen beschermen als vrouwen die de natuurlijke ziekte hebben doorgemaakt.

Daarbij komt dat zowel haar kind als zijzelf geen langdurige immuniteit zullen behouden, omdat mazelen niet meer zoveel voorkomt, omdat een deel van de groep immuniteit heeft. De term groepsimmuniteit had te maken met het percentage mensen die de mazelen had gehad en er immuun voor was. Het had te maken met het circuleren, het voortdurende circuleren van dat virus in de gemeenschap, wat eigenlijk zegenrijk was voor de volwassenen, want ze werden er voortdurend opnieuw aan blootgesteld. Het zelfde gold voor de kinkhoest, hetzelfde met de waterpokken. Kijk naar waterpokken tegenwoordig. Waterpokken, de meesten kennen waterpokken als iets tamelijk goedaardigs. Nu vaccineren we tegen waterpokken, en hé, het vaccin werkt. We zien niet zoveel waterpokken meer, dus dat lijkt goed. Wat we nu echter meer zien is gordelroos, omdat wij als volwassenen het nodig hebben om blootgesteld te worden aan circulerende waterpokken door kinderen en dat niet meer worden, dus we krijgen niet meer die natuurlijke boosters en wat er nu gebeurt is dat het niveau van onze immuniteit daalt, het virus uit onze wervelkolom kan komen en ons gordelroos geeft, wat zeer pijnlijke blaasjes zijn in een specifiek gebied op de huid.

Dit gebeurt momenteel zowel bij kinderen als volwassenen. Ik denk niet dat dit in het algemeen voordelen zijn. Er zijn veel landen die vaccins die in de V.S. worden gegeven hebben geweigerd, dus er zijn andere landen die het met mij eens zijn, en hun beleid is in lijn met mijn denkwijze, dat er teveel vaccins zijn, te vroeg gegeven en dat er geen einde komt aan de hoeveelheid vaccins die aanbevolen worden, omdat hoe meer het wordt geaccepteerd, hoe meer angst men heeft voor ziekten, en hoe minder men weet over wat men moet doen tegen deze ziekten, terwijl we er heel veel tegen kunnen doen, we weten tegenwoordig veel over wat gezondheid bevordert, hoe groot het probleem ook is.

Het is niet denkbaar dat het injecteren van dierlijk materiaal, levende virussen en toxinen evenals chemicaliën, formaldehyde, aluminium de gezondheid zal bevorderen. Dit is niet holistisch. Iedereen zou het daarmee eens moeten zijn. Er is niets biochemisch, medisch noodzakelijk, wat in een vaccin zit; het zal ons niet sterker maken. Vitamine D doet dat, vitamine C en goede voeding doet dat, goed handen wassen en voldoende slaap doet dat. Daar hebben we baat bij en dat maakt ons sterker en dit alles draagt bij aan de daling van sterftecijfers van het, door vaccinatie veronderstelde, voorkomen van ziekten, voordat deze vaccins zelfs waren uitgevonden. Waar de meeste mensen zich niet bewust van zijn is dat de sterfte door een ziekte als mazelen en kinkhoest al bijna 100% was gedaald voordat de vaccins zelfs in beeld kwamen in de ontwikkelde wereld. Dat is nogal verbijsterend.

Stel je voor, iemand vindt een geneesmiddel uit dat het sterftecijfer met 100% laat dalen van elke ziekte. Dat zou iets groots zijn, toch? Je zou daar steeds over horen, maar toch horen we niet dat hygiëne en voeding echt onze levensverwachting verlengen en ons gezonder maken sinds de 19e eeuw. Ik denk dat daar meer de aandacht op gericht moet zijn, maar sinds de invoering van vaccinatiecampagnes horen we nooit over vitamine D, handen wassen en over gefermenteerde voeding die isoflavinen bevat die een positieve bijdrage levert, effectief is en preventief bij polio werkt. Waarom horen we hier niet over. Altijd horen we over het bang maken van de bevolking om ze de griepvaccinatie te laten halen omdat onze voorraden bijna op zijn.

Ik geloof er niets van. Ik ben het nagegaan. Ik ben de gegevens over het voorkomen van deze ziekten nagegaan, vooral over griep met de griepvaccinatie. Ik denk niet dat er gegevens zijn.

Andere professionals zijn het met me eens. Dr. Thomas Jefferson, hoofd van de Cochrane Collaboratieve Research Database wat betreft griep, is het ook met mij eens. Hij is heel uitgesproken geweest over hoe de farmaceutische industrie en beleid het gevaar van griep en de effectiviteit van deze vaccins overdrijven, maar je zal het nooit te weten komen door naar de televisie te kijken of de krant te lezen. Ik ben nogal bezorgd over de publiciteit die vaccins krijgen, omdat het niet in evenwicht is en er geen wetenschappelijke basis is, omdat we nooit een onderzoek hebben gedaan met gevaccineerden en ongevaccineerden. Zelfs vaccinonderzoeken die wel netjes zijn gedaan volgen mensen niet lang genoeg, niet langer dan 4 weken. De meeste gaan over 24 tot 48 uur. Ze zoeken niet naar de juiste dingen. Ze gebruiken niet slechts 1 vaccin. We moeten kijken naar noodzakelijkheid. We moeten kijken naar effectiviteit. Effectiviteit betekent niet alleen het stimuleren van een antilichaam in ons systeem. Dat is bijna altijd hoe onderzoeken gedaan worden, alleen kijken naar hoeveel antilichamen er worden gestimuleerd in ons systeem nadat we een vaccin hebben geïnjecteerd en het soort titer. Gewoonlijk wordt ongeveer een op de vier immuun beschouwd voor verscheidene virussen.

Om echt te weten of een vaccin effectief is moeten we doelbewust de gevaccineerde blootstellen aan het virus en kijken of die ziek wordt. We moeten ook weten of die persoon al van te voren immuun was voor dat specifieke virus of niet, omdat als ik al immuun was voor de waterpokken of de griep, welke stam dan ook circuleert, en je geeft mij een vaccin, en ik wordt er niet ziek van, dan weten we niet of ik niet ziek word, omdat ik al immuun ben, omdat ik het op een natuurlijke manier al heb doorgemaakt. Of misschien gaat het wel over een subklinisch geval, wat kan voorkomen met de mazelen, met waterpokken, met griep of dat het vaccin zoveel effect had dat het zorgde dat ik niet ziek werd. We hebben dat soort onderzoeken niet. We hebben alleen onderzoeken die kijken naar de antilichamen na een injectie.

Het andere probleem is dat het griepvirus een RNA virus is, en dat is een heel onstabiel virus. Daarom moeten we elk jaar een nieuw vaccin maken met verschillende stammen erin, omdat er steeds weer die vreemde verandering is. Het is zoals gezegd het onstabiele genetische karakter dat verandert. Als je niet een exacte match hebt in je immuniteit en je immuunsysteem met dat vaccin, dan kan je niet zeggen dat het vaccin je geholpen heeft. Als we de gehele bevolking vaccineren. hoeveel van hen zijn er dan behoed voor het krijgen van griep? We weten het niet, maar laten we hier eens naar kijken. Je zult eerst een virale cultuur moeten krijgen van een persoon, die ziek is geworden en verifiëren of het influenza A of influenza B is en welke stam het is. Dan bekijken of de stam daadwerkelijk een match heeft met het vaccin dat de persoon gekregen heeft.

Studies wijzen uit dat het in werkelijkheid om een vrij laag percentage gaat dat matcht, ergens rond de 13%. Kunnen we, met dit gegeven, zeggen dat het 99% effectief is? Nee, dat kunnen we niet. Nog belangrijker is dat de focus lange tijd lag bij het geven van vaccins om ziekte te voorkomen. Zoals ik eerder al zei, een vaccin maakt het immuunsysteem niet sterker. Het stimuleert het immuunsysteem, maar het maakt het niet gezonder, slimmer of sterker. Het moet harder werken, waardoor het in de tussentijd niet bezig kan zijn met andere dingen.

Er was een onderzoek dat in 2012 werd gepubliceerd door een auteur die Cowling heet, en zij gebruikten een echt placebo in dit onderzoek, een placebo van zoutoplossing. Ze vaccineerden de helft van de mensen en de andere helft vaccineerden ze niet. Zij ontdekten dat er geen verschil was in het aantal griepgevallen tussen beide groepen. Zij ontdekten wel dat de gevaccineerde groep een vijf- tot zesmaal zo groot aantal andere virale ziekten kregen, niet gerelateerd aan de griep. Hoe kon dat? Wij weten waarom dat zou kunnen. Er zijn theorieën sinds de 40er en 50er jaren over hoe de immuniteit werkt. Een van de theorieën is dat als je voor de eerste keer blootgesteld wordt aan een virus, je gaat reageren op dat specifieke virus. Als je vervolgens aan een soortgelijk virus wordt blootgesteld zal je niet volledig reageren op dat tweede virus.

We zagen dit gebeuren in het jaar van de pandemische Mexicaanse griep, toen mensen die het jaar ervoor het ‘gewone’ griepvaccin hadden gehad meer vatbaar waren voor de Mexicaanse griep. Dat is ook gedocumenteerd. We weten zo weinig over het immuunsysteem, maar we zien in dit onderzoek dat er meer non-influenza virale infecties waren bij de mensen die gevaccineerd waren. Wat gebeurde er met hun immuunsysteem? Ontwikkelden ze genoeg antilichamen? Mogelijk wel, maar die beschermden hen niet. Waarom beschermden ze hen niet? Dit soort onderzoeken is nodig om te doen, omdat de virussen die ze kregen, het Coxsackievirus en het Echovirus, nogal vervelende virussen zijn waar geen vaccinaties voor zijn en die tijdens de poliotijden verantwoordelijk waren voor een deel van de verlammingen die toen gezien werden, allemaal polio genoemd werden, maar niet waren veroorzaakt door poliovirussen.

Dit zijn vragen die beantwoord dienen te worden, omdat vaccins andere effecten hebben. Ze hebben negatieve bijwerkingen en er is zoveel dat we niet weten over het immuunsysteem. De immunologie literatuur geeft toe dat we nauwelijks het topje van de ijsberg weten over hoe het menselijk immuunsysteem eigenlijk werkt. Het bevat een veelheid aan T-cellen, B-cellen en antilichamen, maar antilichamen zijn er pas aan het eind van een infectie. De eerste verdedigingslinie voor ons allemaal, de reden waarom we niet dood gaan aan elke infectie, is omdat we gezegend zijn met een aangeboren immuunsysteem. Dit is het deel van het immuunsysteem waarin vaccins niet voorzien. Het is het immuunsysteem waarin onze thymus is opgevoed en ons telkens weer elke infectie te boven doet komen. Dit zijn de cellen die klaar staan om aan te vallen en die niet getraind hoeven te worden. Dat is een krachtig deel van ons immuunsysteem, waar achteloos aan voorbij wordt gegaan. Dat deel van ons immuunsysteem heeft vitamine C nodig.

Ik geloof dat de meeste mensen rondlopen in een subklinische staat van scheurbuik, omdat de aanbevolen dagelijkse hoeveelheid voor vitamine C slechts 90 mg. per dag is. Dat is niet voldoende als je in ogenschouw neemt waar we aan blootgesteld worden tegenwoordig. Als je 1 sigaret rookt verbruik je ongeveer 50 mg. vitamine C. Dat zou duidelijk moeten maken dat de meeste mensen niet genoeg vitamine C krijgen, als we kijken naar wat we inademen, wat we eten, wat we doormaken. Want vitamine C zorgt voor detoxificatie en ondersteuning van ons immuunsysteem. Als we daar naar kijken, mogen we ons afvragen waarom wetenschappers daar niet naar kijken en daar reclame voor maken?

Wel, hoeveel geld kunnen we verdienen met het verkopen van vitamine C? Niet heel veel. Hoeveel geld verdienen we met de verkoop van vaccins, aan de hele wereldbevolking, te beginnen op de eerste levensdag en geven griepvaccins aan 6 maanden oude baby’s en vervolgens elk jaar van hun gehele leven? Hoeveel geld wordt daarmee verdiend? Forse geldbedragen. Het is een industrie. Het is een industrie met denktanks. Het is een industrie met overheidssteun. Natuurlijke, holistische gezondheid heeft dat niet. De bevolking wordt geen eerlijke en evenwichtige informatie aangeboden, en geen alternatieven, die hun aangeboren immuunsysteem en hun algemene gezondheid versterkt.

Toni: Waren er specifieke gebeurtenissen die de aanleiding vormden om uw persoonlijke kijk op vaccins te wijzigen?

Suzanne: Het bewustwordingsproces tot waar ik nu ben, begon toen ik voor het eerst een groep schoolkinderen ontmoette die helemaal niet gevaccineerd waren. Ik merkte op dat geen van hen zo ziekelijk was als toen ik opgroeide. Niemand van hen was zo ziek als de patiënten die ik onder mijn hoede had tijdens mijn stage bij kindergeneeskunde. Hun ouders verwachtten niet dat hun kinderen ziek waren omdat ze niet ziek waren, dus dat was het begin van het bewustwordingsproces. Toen ik daarna in het ziekenhuis werkte, in 2009, werden er achtereenvolgend drie patiënten binnen gebracht met heftig acuut nierfalen, die onmiddellijk nierdialyse nodig hadden. De weken en maanden ervoor hadden ze volkomen normale nierfuncties. Twee van de drie vertelden mij spontaan: “Ik was in orde tot ik de griepvaccinatie kreeg”.

Ik sprak met de staf van het ziekenhuis omdat ik dacht dat ze dit wel zouden willen weten, maar in plaats daarvan weerlegden zij snel enig eventueel verband tussen het vaccin en het nierfalen, ondanks het feit dat nefrologieliteratuur, betreffende nieren, vol staat met voorbeelden en eventuele mechanismes over hoe de componenten van vaccins en de aanvankelijke ontsteking, veroorzaakt  door vaccinaties, ofwel onderliggende nierproblemen kunnen verergeren ofwel nieuwe nierproblemen en vasculitis, die de nieren aantasten, kunnen creëren. Het feit dat een eventueel verband door collega’s en door de ziekenhuisdirectie werd ontkend noodzaakte mij om met een eigen onderzoek te beginnen. Toen ik begon met alleen het griepvaccin te onderzoeken kwam het hele scala van nieuwe informatie tot mijn beschikking. Niet alleen over dat griepvaccin, maar over veel meer vaccins, over hoe vaccins zijn gemaakt, over de ingrediënten en over de absolute ontkenning door de medische beroepsgroep dat vaccins negatieve kanten hebben. Hierdoor werd ik echt in de geschiedenis van vaccinaties getrokken en begon ik te ontdekken dat wat ons verteld was en wat ik elke keer weer te horen kreeg van mijn collega’s in het ziekenhuis en van de directie, als antwoord op mijn vraag over de griepvaccinaties, was dat de pokken en de polio waren uitgeroeid door de vaccinatie op het westelijk halfrond, dus wat was mijn probleem met vaccins?

Op dat moment had ik geen antwoord op die vraag, omdat ik nooit iets geleerd had over pokken en polio tijdens mijn medische opleiding. Maar toen ik dat onderzoek ging doen en geschiedenisboeken ging lezen van zowel de pro- als de anti-vaccinatieliteratuur, was ik verbijsterd. Allereerst omdat wat in die pokkenvaccins zat absoluut walgelijk is en zelfs enkele meest toegewijde pro-vaccin mensen willen de pokkenvaccins niet meer geven, omdat ze weten hoe destructief dat is voor het immuunsysteem. Er waren vaccins die boordevol zaten met dierlijk materiaal en overblijfselen en die veroorzaakten allerlei bijkomende infecties bij mensen. En toch is dat het enige vaccin waar een uitroeiing van de ziekte aan toe wordt geschreven. Is dat niet vreemd?

Toen ik dieper ging graven ontdekte ik dat de bevolkingsgroepen die de hoogste vaccinatiegraad voor pokken hadden, juist die bevolkingsgroepen waren die enkele van de ergste, meest destructieve en dodelijke pokkenepidemieën ontwikkelden. Dat is niet iets waar je over kunt filosoferen. Het zijn harde gegevens over vaccinatie-aantallen in de verschillende steden in Europa, verschillende landen en ook in de V.S., omdat we gegevens begonnen te verzamelen in de V.S in 1900. In Engeland begonnen ze al in 1838 gegevens te verzamelen. Vanaf dat jaar hebben we gegevens, dus we kunnen werkelijk zien wat de dodentallen waren van een bepaalde ziekte en wat de vaccinatie-aantallen waren, vooral van de pokken. Er is een verband tussen dodelijke epidemieën en bevolkingsgroepen met de hoogste vaccinatiegraad. Dit gebeurde in Japan, Duitsland, Engeland en de V.S.

Dat zorgde ervoor dat ik meer wilde weten over pokken en de geschiedenis daarvan en dat hebben we in ons boek (Dissolving Illusions) beschreven. Polio was een ander verhaal, omdat dat mensen echt angst inboezemt, omdat ze niet willen dat hun kind in een van die ijzeren longen eindigt of verlamd raakt.

Ik deelde die angst. Echter, toen ik begon te lezen over polio, omdat mij was verteld dat ik behoorde te geloven in vaccins, juist vanwege pokken en polio, was het ongelofelijk wat de geschiedenis van dat vaccin is, wat poliomyelitis werkelijk is en hoe het gedefinieerd is in de loop der jaren en hoe die definitie veranderde. Het is zo onvoorstelbaar, het is zo verdraaid en gecompliceerd, dat het mij 70 pagina’s kostte om alleen al het begin van het verhaal te vertellen.

Het feit dat dit de vaccins zijn waardoor artsen tegenwoordig hun geloof in vaccinaties behouden, maakt dat ik denk dat het nodig is dat er door deze artsen kritisch gekeken wordt naar waarop hun geloof in vaccins is gebaseerd, omdat wat we collectief begrijpen in werkelijkheid niet in lijn is met wat de geschiedenisboeken en wat de gegevens laten zien.

Elke keer als ik een patiënt met nierfalen behandelde zocht ik naar de oorzaak van het nierprobleem. Het kon cholesterolmedicatie, hoge bloeddrukmedicatie, een pijnstiller, een antibioticum zijn, allemaal veel voorkomende oorzaken voor nierfalen. Elke keer als ik dat verband zag vroeg ik niet verder, het middel werd gestopt, einde verhaal. Ik was nooit in mijn carrière beschouwd als een kwakzalver. Ik was een zeer gerespecteerd nierspecialist. Ik verdiende goed en ik gaf al die tijd les. Niemand had ooit een probleem met mij op ethisch of filosofisch gebied.

Pas toen ik vragen begon te stellen over vaccinaties, gebeurde dat. Dit gebeurt met allerlei geloofwaardige wetenschappers zodra ze de vaccinatiepraktijken de rug toekeren. We worden dan automatisch beschouwd als kwakzalvers, of we nu Nobelprijswinnaars zijn of niet. Het maakt niet uit of we neurochirurgen, of succesvolle gynaecologen, artsen in de chiropractie, neurowetenschappers, biologen of immunologen zijn. Al deze mensen worden categorisch weggezet als kwakzalvers, zonder verdere vragen te stellen, zo gauw ze zich uitspreken tegen vaccinaties. Alleen al daardoor zou een rood lampje moeten gaan branden, denk ik. Wat ik merkte is dat als mensen mij horen praten en zij horen de pro-vaccinatiekant, zij intelligent genoeg zijn om hun eigen mening te vormen.

Toni: Wat is onze beste verdediging tegen ziekte?

Suzanne: Wat betreft het versterken van het immuunsysteem geloof ik dat dit waarschijnlijk generaties geleden begon, nog voordat wij werden geboren. Er is een groeiend veld, epigenetica genoemd, wat meer is dan het geheel van erfelijke informatie in de cel. Het heeft te maken met waar onze voorouders aan waren blootgesteld, welk soort stress ze hadden, wat ze aten en voor welke ziekten ze vatbaar waren.

Wat we doen heeft een effect op waar onze kinderen vatbaar voor zullen zijn. Ik denk dat dit heel uitgesproken is tijdens de zwangerschap. Ik ben erg verontrust door het feit dat aan zwangere vrouwen nu wordt aanbevolen om de griepprik en de kinkhoestvaccinatie (DKTP) te nemen terwijl ze zwanger zijn. Ik ben daar erg verontrust over, omdat ons immuunsysteem tijdens de zwangerschap begint. Bovendien, zo gauw een kind is geboren, is er een heel geboorteproces dat te maken heeft met het immuunsysteem. Mensen doen iets dat geen enkel dier doet en dat is dat we onmiddellijk de navelstreng doorknippen zodra de baby is geboren. Er is geen ander dier dat dit doet. Het heeft biologisch gezien geen enkele zin.

Wat we in essentie doen is de pasgeboren baby een derde van zijn bloedvolume ontnemen, van stamcellen die de baby nodig heeft. De placenta zit vol met stamcellen en het is in wezen een stamceltransfusie. Wetenschappers beginnen net alle andere voordelen te begrijpen om die stroom in de baby toe te staan. Dit is de manier waarop de mensheid en alle zoogdieren juist voor het geboorteproces zijn ontworpen, dus waarom knippen wij meteen de navelstreng door? Die vraag moet gesteld worden, omdat dit op de lange termijn effecten heeft op het doorgeven van immuniteit aan kinderen. Het heeft effect op bloedarmoede, stamceltransfusie en juist deze stamcellen kunnen naar binnen gaan en opgetreden schade opruimen.

Zodra de baby is geboren, begint de ontwikkeling van het immuunsysteem doordat de baby door het geboortekanaal gaat en daarmee de eerste probiotica ontvangt en daarna zou het direct aan de borst moeten, niet wachten.

Een keizersnede ontneemt de baby die mogelijkheid van dat begin van immuniteit. Er is zoveel dat te maken heeft met normale microben die in ons lichaam leven. Dit is heel belangrijk, ik denk dat het een van de belangrijkste factoren is in onze immuniteit, die mensen ertoe brengen om te geloven dat ze vaccins nodig hebben, te maken heeft met het feit dat wij niet de microben ontwikkeld hebben die we nodig hebben. Wij geven onszelf niet de probiotica die wij ons leven lang nodig hebben. Die zijn ons onthouden bij de geboorte. Ons zijn geactiveerde T-cellen, immuunglobulines en probiotica onthouden, die we door borstvoeding moeten krijgen.

Een baby die borstvoeding krijgt heeft totaal andere ontlasting dan een baby die flesvoeding krijgt. Deze dingen vormen een heel belangrijke basis en de grondslag van alles, of het nu om een gebouw gaat of om een menselijk wezen. Deze basis is enorm belangrijk en veel belangrijker naar mijn idee dan tegen ziektes vechten met vaccins. Ik zou het erg prettig vinden als daar meer de focus naar uit gaat en ouders, moeders wordt geleerd waarom ze borstvoeding zouden moeten geven en hoe lang ze dat zouden moeten doen, want als ze zouden begrijpen wat ze deze baby’s geven met de borstvoeding dan zouden ze meer gemotiveerd zijn om het te doen dan wanneer ze alleen horen “wel het is gewoon  beter”. De meeste artsen begrijpen tegenwoordig niet alle componenten die in de borstvoeding zitten en wetenschappers ontdekken voortdurend meer voordelen van borstvoeding. Het heeft te maken met een hoger IQ, een lager aantal diabetes type I en betere immuniteit op de lange termijn.

Dat is de basis. Het heeft alles te maken met voeding. Als de moeder slecht eet is haar borstvoeding niet van een hoge kwaliteit. Als een kind, als het begint met eten, kunstmatige voeding krijgt en veel suiker en koolhydraten en niet voldoende vers fruit en groenten, dan krijgen de mitochondriën niet de kracht, die ze nodig hebben om het immuunsysteem te onderhouden. Ze krijgen niet de vitamines en mineralen die ze nodig hebben voor goede, stevige botten en het immuunsysteem. Deze zaken zijn erg belangrijk. Ik denk dat op de eerste plaats de geboorte en de voeding de belangrijkste zaken zijn. Dan hebben we nog de supplementen. Ik houd van vitamine C, omdat dat iets is dat wij mensen niet zelf kunnen maken. Menselijke wezens, alle apensoorten en Guineese biggen kunnen niet zelf vitamine C maken, ook al hebben ze het hele mechanisme ervoor. Er is een gen voor een enzym dat defect is.

We moeten dat uit ons voedsel halen, en vanwege de toxinen, de virussen, het voedsel  en de hoeveelheid stress waar velen van ons aan blootgesteld worden, wordt er veel vitamine C gebruikt. Omdat vitamine C een noodzakelijke factor is voor de immuunfunctie, hebben we er allemaal een grote behoefte aan. Er is geen toxische dosis van vitamine C bekend. Er is nog nooit iemand dood gegaan aan vitamine C. Er zijn enkele milde nadelen van vitamine C in zeer hoge doseringen, waar mensen die dat gebruiken zich bewust van moeten zijn, maar mensen hebben meer kennis nodig over het gebruik van vitamine C, omdat ik uit de eerste hand bij kinderen heb ervaren hoe ongelofelijk effectief het is om er hoest en kinkhoest mee te kalmeren. Veel ouders kwamen naar mij, omdat zij op het nieuws hadden gehoord over hoe dodelijk kinkhoest is. Van pasgeborenen tot 64-jaar-oude mensen kwamen naar mij, doodsbang dat zij kinkhoest zouden hebben of zouden krijgen.

Het eerste dat ik doe is hen kalmeren. Het tweede dat ik doe is om hen op hoge doseringen vitamine C zetten. Binnen 24 tot 48 uur zijn deze ouders gerustgesteld. De baby’s doen het goed. De peuters doen het goed. Kan iedereen dat zeggen van een antibioticum? Wat doen antibiotica? Ze vernietigen de normale darmflora, die deel uitmaken van ons immuunsysteem. Dat is een andere, snel groeiende tak van de wetenschap, hoe onze darmflora deel uitmaakt van ons immuunsysteem. Ook bij de moeder, de bekleding van de darmen, grenzend aan de zogenaamde Peyerse platen, lymfeknopen in de darmen, die worden gestimuleerd als ze borstvoeding geeft, omdat haar lichaam neemt wat ze eet en de bacteriën in haar systeem zorgen dat het in haar systeem komt en in de borstvoeding, die de baby leren welke bacteriën goed zijn en weldadig, en wat ziekte is en wat niet. Hier wordt de basis voor de thymus en het immuunsysteem van de baby gelegd. De bacteriën in ons lichaam, op onze huid, in onze keel, de goede balans van deze bacteriën in samenhang met een goed functionerend immuunsysteem is de beste verdediging tegen elke ziekte.