Europese Hof: “Vaccin kan een ziekte of gezondheidsschade veroorzaken”

Het Europese Hof van Justitie heeft in een historische uitspraak bepaald dat een vaccin verantwoordelijk kan zijn voor het veroorzaken van een ziekte of gezondheidsschade, ook als er geen wetenschappelijk bewijs is voor dat verband.

Deze uitspraak zet de deur open voor de vele duizenden ouders die geen schadevergoeding kregen nadat hun kind na vaccinatie een langdurig gezondheidsprobleem ontwikkelde. De nieuwe uitspraak is vooral gebaseerd op gezond verstand en bevestigt dat het redelijk is om te vermoeden dat de vaccinatie er de oorzaak van is als een volkomen gezond kind vlak nadat het gevaccineerd is plotseling een probleem ontwikkelt. Dat is een van de manieren om vast te stellen of een vaccin verantwoordelijk is voor een gezondheidsprobleem, besliste het Hof.

Het Hof is de hoogste gerechtelijke instantie van de EU. Het kwam tot deze uitspraak toen het gevraagd werd zich te buigen over de zaak van een Fransman, bekend als J.W., die in 1998 tegen hepatitis B werd ingeënt en binnen een jaar multiple sclerose (MS) kreeg. Hij had de fabrikant van het vaccin, Sanofi Pasteur, in 2006 aangeklaagd, maar overleed in 2011. Het Franse hof van beroep had bepaald dat er geen wetenschappelijk bewijs was dat het vaccin MS veroorzaakte en verwierp daarom de aanklacht. Maar de familie ging tegen het vonnis in beroep bij het Cour de Cassation (de Franse Hoge Raad), dat besloot de vraag voor te leggen aan het Europese Hof van Justitie. Dit hof besliste dat ‘specifiek en consistent bewijs’ aangaande tijdlijn, gezondheidstoestand vooraf, een gebrek aan een familiegeschiedenis en het aantal gevallen (dat mensen ziek worden na dezelfde vaccinatie), voldoende kan zijn om een vaccin verantwoordelijk te houden. Het geval van J.W. voldeed aan de eerste drie criteria. Het Hof benadrukte na het horen van al het beschikbare bewijs en de argumenten van de producent dat het bewijs ‘voldoende ernstig, specifiek en consistent moest zijn om de conclusie te rechtvaardigen’. Hoewel het vonnis geen uitspraak deed in de specifieke zaak van J.W. vormt het een richtlijn voor alle gerechtshoven in de EU in gelijksoortige zaken.

Vertwijfeling

Het bewijs dat vaccinaties schadelijke bijwerkingen veroorzaken, wordt geleverd door ons eigen gezond verstand. Onze rechtspraak is gebaseerd op mogelijkheden. Als de verdediging in de VS onschuld pleit, is het de taak van de jury om al het bewijsmateriaal te bestuderen om vervolgens een uitspraak te doen als ‘met gerede twijfel’. Hiermee geeft de jury aan dat ze niet zeker is van de zaak, maar dat er voldoende bewijs is om tot de uitspraak te komen. Ouders van een kind dat na een vaccinatie daarvan schadelijke bijwerkingen ervaart, hebben helaas niet hetzelfde voorrecht. Voor hen zitten er meer haken en ogen aan hun zaak en wordt er gesproken van ‘zonder enige twijfel’.

De meeste juridische experts zijn het met elkaar eens dat dit bijna onmogelijk is als het gaat om gezondheid en in het bijzonder voor het vaststellen van oorzaak en gevolg. Eerst wordt er naar het medische bewijs gekeken. Als het onderzoek de claim van de verdediging niet onderbouwt, wordt de claim steevast direct verworpen. In de gevallen waar toch enkele aanwijzingen worden gevonden, zal de claim waarschijnlijk verworpen worden aangezien men niet zonder enige twijfel kan vaststellen dat in dat specifieke geval het vaccin de oorzaak was. Het is natuurlijk ook mogelijk dat andere factoren een rol hebben gespeeld, of dat het kind een genetische afwijking had die door het vaccin aan het licht is gekomen.

Het is dan ook niet vreemd, dat er slechts enkele gevallen zijn geaccepteerd waarbij vaccinaties schadelijke bijwerkingen hebben veroorzaakt. Schadeloosstellingen door de overheid, die de verantwoordelijkheid overneemt van de fabrikant, komen zelden voor. Deze uitkomst is positief voor de overheid want het vertrouwen in het vaccinatieprogramma is niet geschaad terwijl de ouders achterblijven met een kind met blijvende schade en zonder financiële compensatie. Het Europese Hof, dat de exclusieve bevoegdheid heeft over de 28 lidstaten van de Europese Unie (EU), heeft ingezien dat deze juridische eis onredelijk is en heeft deze aangepast, zodat ‘met gerede twijfel’ nu voldoende is om tot een uitspraak te komen.

In een Europees gerechtshof is er voldoende bewijs als aan vier criteria is voldaan. Het eerste criterium is dat er ‘specifiek en consistent bewijs’ aanwezig is op het moment van vaccinatie. Met andere woorden: Het is aanneembaar dat het vaccin verantwoordelijk is als een gezond kind bijvoorbeeld, binnen enkele dagen na de vaccinatie ongecontroleerde bewegingen met zijn hoofd gaat maken of zijn spraakvermogen verliest. Het tweede criterium is gerelateerd aan de gezondheidstoestand van het kind en hangt samen met het eerste bewijs: het kind is altijd goed gezond geweest en heeft nog nooit last gehad van deze symptomen. Het derde criterium is ook gerelateerd aan het eerste en het tweede bewijs: er is geen voorgeschiedenis in de familie van gezondheidsproblemen na een vaccinatie.

Ondanks dat alle testen zijn gebaseerd op gezond verstand, is het vierde criterium het meest verstandige van allen: Zijn de symptomen normaal bij kinderen die pas gevaccineerd zijn? Kortom: een rechter kan redelijkerwijs aannemen dat, ‘de toediening van het vaccin de meest logische verklaring is’ voor de gezondheidstoestand van het kind, er van uitgaande dat het bewijs; ‘voldoende ernstig, specifiek en consistent is’. Het interessante hieraan is, dat de criteria niet uitgaan van wetenschappelijk bewijs, wat ergernis veroorzaakt heeft binnen de provaccinatielobby. Dit kwam tot uiting toen het gerechtshof werd gevraagd een uitspraak te doen in de zaak van een Fransman, bekend als J.W., die, een jaar na een hepatitis B-vaccinatie in 1998, multiple sclerose (MS) kreeg. Hij klaagde de fabrikant, Sanofi Pasteur, in 2006 aan. De zaak kwam uiteindelijk bij het Franse Hooggerechtshof, die een uitspraak dee:; er was geen bewijs dat het vaccin in verband kon worden gebracht met MS. De aanklacht werd verworpen. Ondanks het overlijden van J.W. in 2011, bracht het Franse Hof van Cassatie de zaak voor bij het Europese Gerechtshof.

Het Europees Gerechtshof heeft geen specifieke uitspraak gedaan over de zaak van J.W. – aangezien niet aan het vierde criterium is voldaan, omdat het niet normaal is dat iemand MS krijgt na een hepatitis B-vaccinatie – maar heeft wel het kader bepaald voor de rechtspraak in de toekomst.

Om vast te stellen dat een vaccin schadelijke bijwerkingen kan veroorzaken is het voldoende om ‘redelijk’ en geen ‘absoluut’ bewijs te overleggen. Dit is hetzelfde bewijs voor iemand die van een misdaad beschuldigd wordt. Het zou ook voldoende bewijs moeten zijn voor ouders die hun kind hebben laten vaccineren terwijl ze erop vertrouwden dat het vaccin veilig was.

Literatuur

1 Sci Rep, 2017; 7: 46600
2 BMJ, 2007; 334: 197–200
3 BMJ, 2015; 350: h3271
4 Laurence DR et al. Safety Testing of New Drugs: Laboratory Predictions and Clinical Performance. London, Academic Press, 1984

[fbcomments]