Het alfabet van vaccinaties

Vaccinatie bij baby

Sinds de Tweede Wereldoorlog zien we een enorme verandering in de manier waarop we kinderziekten trachten te voorkomen. Vroeger deden we dat door kinderen weg te houden bij ziekten als tuberculose en difterie. Daarna kwamen de massale entingen op gang.

Toen ik in 1945 begon als medisch student in Leiden, bestond er voornamelijk één vaccinatie: tegen de pokken. Nu krijgen kinderen van zes weken tot veertien maanden te maken met entingen tegen DKTP, HiB, BMR en Meningitis C, verdeeld over vier sessies, terwijl het pneumokokkenvaccin staat te trappelen van ongeduld, jonge meisjes het baarmoedervaccin krijgen, en er dan ook nog – al naar gelang de hype van het ogenblik – geënt wordt tegen gevreesde of nog niet begonnen pandemieën, die door de media tot ongehoorde proporties worden opgeblazen. Is men bezig het alfabet vol te maken? En kan dat ongestraft? Geven al die volstrekt onnatuurlijke entingen dan helemaal geen bijverschijnselen?

Bijwerken van vaccinaties

Het ritselt van de bijwerkingen, en als een of ander expert zou verklaren dat “er niets van gebleken is”, weet dan dat als zoiets wordt gezegd, het heel vaak betekent: ‘We hebben er niet naar gezocht”. Toen ik mijn boek Op je Gezondheid schreef, en iets over de entingen wilde vertellen, behoefde ik helemaal niet te zoeken naar gevallen. Uit mijn archief lichtte ik gewoon – het kostte me tien minuten – zestien min of meer ernstige gevallen van ent-ellende: allemaal neurologische verschijnselen naar aanleiding van de DKTP en BMR entingen, zoals spraakachterstand, ongeremd gedrag, migraine, aanvallen van flauwvallen, uitvallen van woorden, leerachterstand, ernstige vermoeidheid, gestoorde motoriek, concentratiestoringen, net verhinderde wiegendood, niet te stuiten gilbuien, autisme.

Al die kinderen genazen met een eenvoudige neutralisatiekuur van de vaccinatie door zogenaamde nosoden. Het leken wel kleine wondertjes, en ze bewezen dat het pakket bijwerkingen inderdaad van de vaccinaties afkomstig was. Bijzonder te betreuren is dat het overheidsbeleid ten aanzien van homepathische middelen ook de nosoden van de markt heeft doen verdwijnen. Het doet denken aan de man die zo schrok van de berichten in de krant over het verband tussen roken en longkanker dat hij zijn abonnement op de krant opzegde.

Ongehoorde aanval op het immuunsysteem

De grote onderzoekster op het gebied van vaccinatiebeschadigingen is de Australische wetenschapster Viera Scheibner, die uit de gedurende honderd jaar verzamelde publicaties van de reguliere wetenschap liet zien dat de massavaccinaties een ongehoorde aanval op het immuunsysteem zijn. Het is mijn vaste overtuiging op grond van bijna 55 jaar praktijk, dat de massavaccinaties, die bovendien gegeven worden in een levensperiode waarin de immuunsystemen van de kinderen nog niet gerijpt zijn, mee hebben gewerkt aan de gigantische toename van chronische klachten als neus-, keel- en oorontstekingen, allergieën, ADHD en autisme, chronisch vermoeidheidssyndroom, en zelfs de (aan het begin van mijn loopbaan nog zeer zeldzame en nu rampzalig frequente) leukemieën en andere woekerende ziekten. We hebben veel acute ziekten onderdrukt en een vloed van chronische ziekten opgeroepen, maar we staan wel voor een dilemma.

Is het niet prachtig dat we alle kinderziekten trachten uit te roeien? Moeten we dan weer terug naar de tien dagen lang flink zieke mazelenkinderen? Naar kinderen die blind geboren worden omdat hun moeder tijdens de zwangerschap rode hond heeft gehad? Naar kinderen die stikken van de difterie? De artsen van de kinderconsultatiebureaus worden soms zo kwaad als een moeder bedenkingen heeft om haar zes weken oude baby al te laten enten, dat ze uitroepen: ‘Wilt u uw kind soms dood hebben?” Is dat terecht? Ik leer die ontzette moeders dan om te antwoorden: “Nee, juist niet. daarom wacht ik nog even!’

Bedenk echter goed: Al dat ent-enthousiasme bij de artsen komt voort uit een wezenlijke zorg voor de volksgezondheid. Ik spreek over gewone hardwerkende artsen, niet over fabrieken die vaccins maken. Die spelen gewoon in op de markt en jagen die, als ze kunnen, nog wat aan. De grote vraag is: Zitten we op de goede weg? Aangezien deze kolom een bespiegelende is, moeten we even achterover leunen. Als je de medische geschiedenis induikt, dan blijkt telkens weer dat ziekten komen en gaan, terwijl het niet zonder meer duidelijk is waarom. Waarom kwam de pest opeens opzetten in de veertiende eeuw en bleef die de mensheid teisteren tot de zeventiende eeuw? Waarom sloeg de tuberculose zo genadeloos toe in de negentiende eeuw (toen ik jong was werd er nog met zachte stem gesproken over “tb”) en verdween die in de twintigste eeuw weer uit beeld? Wat is ervan de zo gevaarlijke roodvonk geworden, met haar beruchte trias van hart-, nier- en gehoorbeschadigingen? Waar komen de Aids, het chronisch vermoeidheidssyndroom, het explosief vermeerderende autisme en de stortvloed van virusziekten opeens vandaan?

Korte termijn denken

Er is een moeilijkheid in de medische wetenschap: Ze moedigt het kortetermijndenken aan, en niet het historisch besef. We zeggen nu wel vol trots dat de entingen de difterie toch maar vrijwel hebben uitgeroeid, maar dat is gewoon niet waar. De difterie begon na de Eerste Wereldoorlog snel te verminderen, vervolgens begon men in de jaren dertig te enten, daarna trad een sterke stijging op, en na de Tweede Wereldoorlog begon de difterie rap te verdwijnen. Entingen en ziekteoptreden bleken niet verwant. En dat gaat ook voor andere infectieziekten op. Bijvoorbeeld voor de pokken, die allang stevig aan het verdwijnen waren toen men begon te enten. Het zekere wat we van de pokkenentingen in het twintigste-eeuwse Europa weten, waren de duizenden slachtoffers van de gevreesde, vaak dodelijke, vaak tot hersenbeschadiging voerende encephalitis postvaccinalis. We hebben er allemaal niets van geleerd, want we hebben nu eenmaal dat malle geloof dat we met een magische pil of prik de zaken grondig onder controle hebben.

Moeten we dan maar gelaten afwachten of moeten we gelaten prikken? Ik heb zelf in mijn praktijk enkele vuistregels aangehouden die me geen windeieren hebben gelegd.

  • Ent nooit voor de negende maand (raad van mijn leermeester kindergeneeskunde, professor Gorter). je weet dan wat voor vlees je in de kuip hebt en bovendien is het immuunsysteem van de baby enigszins uitgerijpt, zodat het tegen een stootje kan. Daar waar men de entingen later begon te geven (bijvoorbeeld in Japan) daalde de wiegendood dramatisch (Viera Scheibner).
  • Bezie elke enting kritisch. Persoonlijk vind ik de tetanus en de polio-entingen aan te bevelen, omdat ze werkzaam zijn en omdat het om dodelijke ziekten gaat. Maar niet voor het tweede jaar. De gewone kinderziekten echter, als mazelen en rode hond die we vroeger allemaal doormaakten, zijn een heel andere zaak. Ja, ik weet wel dat beide ouders tegenwoordig werken, en je niet meer dan tien dagen bij een ziek kind kunt zitten, maar wettigt dat een enting? Elke vaccinatie is er een. ik heb de eerste twintig jaar van mijn praktijk, dus ruim voor de B en R entingen, nooit één complicatie gezien, en ik had een praktijk met veel jonge gezinnen.
  • Laatje nooit bang maken door statistieken. Als er geld mee te verdienen valt, dan stinken ze vaak. Niet uit kwade wil, maar ja, per ongeluk kunnen ze net even gunstiger uitvallen dan ze eigenlijk zijn.
  • Besef dat de baarmoederhalskankerenting niet berust op wetenschap, maar op de hoop en de gok dat het papilloomvirus waartegen men ent de veroorzaker is, terwijl het net zo goed mogelijk is dat dit virus afkomt op een door andere oorzaken (bijvoorbeeld de pil) ziek geworden baarmoederhals. Dan is het virus gewoon een rat die op een mestvaalt aankomt, om die op te ruimen. Lees bijvoorbeeld Desirée Rövers boek Baarmoederhalskanker.

We moeten ziekten steeds proberen te plaatsen in een historische context, zoals bijvoorbeeld prof. dr. J. H. van den Berg zo meesterlijk heeft gedaan in zijn boeken Het Menselijk Lichaam l en ll. Laat me even praktisch worden. Ons ‘milieu’ is de laatste honderd jaar zeer sterk veranderd, waarbij volgens professor Vincent (Parijs) op drie factoren extra moet worden gelet.

  1. Onze voeding verzuurt ons lichaam
  2. Onze elektrostress verhoogt de positieve elektriciteit in ons lichaam
  3. Door de milieuverontreiniging zitten we vol afvalstoffen

Die drie factoren hebben onze ziekten fundamenteel in een andere richting geduwd. In plaats van de gevreesde infectieziekten van voornamelijk bacteriële aard, verschenen virusinfecties. Daarbij explodeerden hart- en vaatziekten en de kanker. Als je gezond wilt blijven, concentreer je dan op die drie punten (ik heb het dus uitsluitend over het materiële terrein):

  • Eet veel (gedeeltelijk rauwe) groente en fruit, liefst biologisch verbouwd.
  • Eet onverzadigde vetzuren als olijfolie, of vette vis als sardine en wilde zalm. Eventueel lijnolie (vers geperst), een koffielepeltje per dag door wat biogardeyoghurt. Visoliecapsules.
  • Eet zo weinig mogelijk vlees en gooi alle geraffineerde suiker er radicaal uit. Ook alle geharde vetten (frituur!).
  • Koop een goed boek over eten, zoals het geweldige Eten tegen Kanker van Béliveau en Gingras. In deze tijd moet u gedeeltelijk uw eigen arts zijn.
  • Ten slotte, zoals Franse artsen zeggen: Geen alcohol! Alleen maar (rode) wijn!
  • Bescherm je tegen elektrostress. Koop bijvoorbeeld het boek Onzichtbare Risico’s in het Draadloze Tijdperk van het echtpaar Van Huffelen, of laat – als u het er voor over hebt – een goede bouwbioloog uw huis eens doormeten.
  • Ontgift… ontgift… ontgift! U kunt beginnen de ‘lekkere dorst’ eens echt aan te pakken met zes glazen Spa Reine per dag (ik heb geen aandelen in die zaak). Als u uw ‘terrein’ echt verandert, dan worden al die bacteriën, virussen en schimmels weer gerehabiliteerd of gereclasseerd en tewerkgesteld voor het werk waar ze voor bedoeld zijn: vuilnislieden.

U bent zelf de dirigent van uw levensstijl. Wantrouw alles wat u massaal wordt aangeboden of aangeraden. U bent geen stukje van een statistiek, maar een uniek mens, en daarom verdient u het niet als een dier behandeld te worden. U verdient geen veterinaire geneeskunde, maar een individuele geneeskunde. U – Liesje, Chantal, Marijke, Anneke, Lotje -of u – Govert, Daan, Michiel, Hans of David – hebt het recht waardig en persoonlijk te worden behandeld. U bent niet de nummer 107666 die nog even geënt moet worden, maar die heel speciale figuur die er niet eerder geweest is. Neem de u al bijna ongemerkt afgepakte controle over uw leven weer terug (en luister naar de boze kreten!) en als u – en dat is best te begrijpen – wat angstig bent over al die enge ziekten die u bedreigen, tenzij u zich snel laat enten, denk dan aan een wijze raad die al 2500 jaar geleden gegeven werd door de profeet Joël:’De zwakke zegge: Ik ben een held!’

Dit artikel is geschreven door Hans Moolenburgh, Huisarts in ruste en een van Nederlands meest vooraanstaande artsen op het gebied van complementaire kankerbehandeling.

[fbcomments]