Huisartsen al jaren misleid

Griepprik

Een ongelukkiger moment voor een oproep om af te zien van een ingeburgerd ‘najaarsritueel’ is nauwelijks denkbaar: “Nederland moet stoppen met de influenzavaccinatie!” Juist nu velen dezer dagen van hun huisdokter de uitnodigingsbrief voor de griepprik hebben ontvangen, veroorzaakt zo’n uitspraak geheid onrust.

Zeker als daarbij het oordeel is gevoegd dat het wetenschappelijke bewijs van de werkzaamheid van de griepspuit “boterzacht” is, en de verwachting wordt uitgesproken dat hoogstwaarschijnlijk volgend jaar al “een deel van of alle gezondere ouderen niet meer ingeënt zullen worden”.
Woorden, volledig toe te schrijven aan de Zeeuwse huisarts en publicist Hans van der Linde. “Zéker!” Hij staat achter de inhoud, maar beseft dat die hard kan aankomen. Niet alleen bij vele van de 3.5 miljoen trouwe griepprikhalers, maar ook bij sommige van zijn collega’s. “Er zijn er die me deze opmerkingen opnieuw niet in dank zullen afnemen. Het kost ze namelijk geld.”

U zegt eigenlijk: de griepprik doet niets, werkt niet. Is schijnbescherming. Al die jaren dus voor niets gehaald. (Van der Linde knikt instemmend.) Fijne timing om daarmee nú naar buiten te komen! Precies aan de vooravond van de landelijke campagne tegen influenza. Iedereen in de rats én vol vragen…
Hier moet iets worden rechtgezet, meent Van der Linde. “Niet ík heb het tijdstip uitgezocht waarop het artsentijdschrift Huisarts en Wetenschap mijn analyse over de griepvaccinatie plaatste. In juni heb ik dat artikel ingeleverd.”

Als ik u goed beluister, en zoals ik u al vele jaren ken, zegt u ook: die griepprik is in stand gehouden om er lekker aan te kunnen blijven verdienen. Niet alleen door de industrie, maar ook door huisartsen.
“Zo is ‘t! Al jarenlang wordt er gevaccineerd onder het motto: ‘U wordt er niet ziek van en wij worden er beter van!’ Elk jaar gaat er 60 miljoen euro gemeenschapsgeld in om. Een huisarts verdient er zo’n 6000 euro aan. Bij de Mexicaanse griep is er zelfs twee tot drie keer geprikt, dat was ruim 15.000 euro per huisarts. Booming business! Dát haal ik onderuit.”
Hans van der Linde, wonend op Schouwen-Duiveland. Niet alleen keert hij zich tegen het “nodeloos medicaliseren van de gezonde bevolking tegen het influenzavirus”, ook voert hij al jaren een verbeten strijd tegen wat hij noemt “gewetenloze marketingpraktijken” door de farmaceutische industrie. Die, zo stelt hij, voorschrijvende artsen manipuleert bij de keuze van hun medicijnen. “Niet zelden worden daardoor ook patiënten blootgesteld aan onaanvaardbare gezondheidsrisico’s.”
In een dergelijk spanningsveld valt te verwachten dat de oordelen over Van der Linde uiteenlopen. Nieuwsmedia geven hem de ruimte en verwonderen zich soms om zijn parate kennis en vasthoudendheid. Geneesmiddelenbedrijven beschouwen hem als een lastpak, een horzel. Menige collega noemt hem een azijnpisser of, schamper, ‘de openbare aanklager’ – omdat hij hen heeft gewezen op hun belangenverstrengeling met de farma-industrie of hen openlijk aanpakte omdat zij van geen wijken wisten.
Toch zit hier op het sfeerloze binnenterras van de Utrechtse winkelmoloch Hoog Catharijne een heuse actievoerder. Een wat formele man, weinig humor, maar met een groot rechtvaardigheidsgevoel en een diepgewortelde afkeer van dubbele bodems. Aan wiens uiterlijk je niet onmiddellijk zijn opstandige karakter afleest.

U bent zogezegd een activist in krijtstreep.
“M’n hele leven heb ik in blauwe blazers en gestreepte jasjes gelopen. In mijn vrije tijd draag ik ook wel eens een trui. Dit hoort bij me… en waarom niet?”
Hoe komt u erbij dat in 2013 al een deel van de ouderen de griepprik niet meer krijgt?
“Ik baseer mij mede op een recente bijeenkomst van de Gezondheidsraad. Daarin werd de vraag gesteld of influenzavaccinatie nog wel nuttig is? Dát zegt al genoeg. Het is dan ook niet meer en niet minder dan een aanloopje om die vaccinatie na dertig jaar af te bouwen.”

U wekt de indruk meer te weten…
“Nu, ik weet dat er in de top van VWS inmiddels zo over wordt gedacht. Ze willen van die griepprik af, heel netjes, onder de noemer van voortschrijdend inzicht. Bij die herbezinningsbijeenkomst van de Gezondheidsraad zei professor Jos van der Meer, de hoogleraar interne geneeskunde uit Nijmegen, in zijn samenvatting: ‘Moesten we het griepvaccin nu invoeren, dan zou dat op basis van de bestaande onderzoeksresultaten nimmer gebeuren’. “

Het zal u een lief ding waard zijn als dat vaccin wordt teruggetrokken, is ’t niet?
“Preventieve geneeskunde, en zó is dit bedoeld, dient altijd te berusten op goede informatie over effectiviteit en te voorkomen sterfte. Dat lijkt niet te gelden voor influenzavaccinatie. Vaccinproducenten lieten deze onderzoeken niet verrichten uit welbegrepen eigenbelang. Ze hebben niet het risico genomen van negatief uitpakkend onderzoek.”

Vanwaar toch die gedrevenheid om de strijd met die reusachtige farma-industrie aan te gaan?
“Het zal wel een combinatie zijn van genetische aanleg, opvoeding en levenservaringen. Van huis uit had ik heel zelfstandige, onafhankelijke ouders die sterk in het leven stonden, die ook heel erg een eigen mening hadden. Zij waren dapper, namen in de oorlog een Joods kindje in huis; mijn vader heeft dat moeten bekopen met het concentratiekamp. Dat overleefde hij, hij zat in Amersfoort en Vught. Na de oorlog heeft hij me dikwijls dichtregels van H.M. van Randwijk voorgedragen: ‘Een volk dat voor tirannen zwicht, zal meer dan lijf en goed verliezen, dan dooft het licht…’ ”
“Mijn opvoeding was een heel principiële, daarnaast ook zeer christelijk – wat schoolkeuze betreft. Dertien jaar was ik toen ik van mijn geloof afviel, maar die tweedeling tussen goed en kwaad verlaat je nooit. Ik ken heel veel mensen die het aan hun reet zal roesten of ze het goed doen of niet en of anderen last van ze hebben of niet. Dat kán ik gewoon niet. Ik erger me.”

…Aan veel van uw collega’s, hun vrijages met de medicijnindustrie, aan pillenmarketeers, aan de wijze waarop deze branche alles en iedereen naar hun hand wil zetten door artsen, patiëntenbelangenclubs en journalisten te fêteren. En irritatie aan sommige overheidsfunctionarissen van het RIVM, die even eigenzinnig zijn en geen tegenspraak dulden. Toch? Hoe is dat toch zo gegroeid?
“Tien jaar was ik lid van het College Accreditering Huisartsen, dat waakt over de kwaliteit van de nascholing. Daar zag ik hoe de hazen liepen, hoe collega’s van mij op het verkeerde been werden gezet en hoe nascholing als marketinginstrument door de industrie werd misbruikt. Ik stoorde me daaraan, zodanig dat mijn aard toen moet zijn bovengekomen.”

Had u dat toen pas in de gaten?! U bent nota bene huisarts sinds 1975!
“Naar eer en geweten heb ik altijd medicijnen voor mijn patiënten uitgezocht, maar me achteraf wel gerealiseerd hoe ook ik – heel lang – ‘gestuurd’ door de industrie voorschreef. De intellectuele onafhankelijkheid van huisartsen wordt door henzelf heel groot geacht, in werkelijkheid is die klein. Wat een arts voorschrijft wordt bepaald door de farmaceutische industrie, die houdt de voorschrijfpen van de dokter vast.”

Dus ook u bent gemanipuleerd, want dat is zoals u de informatievoorziening door de pillenindustrie kennelijk ziet. Door krachten die u eerst niet kende, die u niet kon zien – hoogstens in de persoon van de artsenbezoeker.
“Toen ik als arts begon, was er bijna honderd procent ‘ontvangst’ van artsenbezoekers. Nu nog 35 tot veertig procent. Geeft aan dat veel artsen het nu wél doorhebben. Maar nog lang niet genoeg. Dokters hebben geen idee dat er achthonderd marketingtechnieken bestaan, evenals twintig maandbladen ‘farmamarketing’, die alleen maar publiceren over hoe je artsen in wezen het best kunt misleiden.”

Veel van die farmaceutische bedrijven zijn Amerikaans of Brits. Betekent dit dat hun agressieve aanpak op al die Nederlandse huisartsen wordt losgelaten?
“Ja! Zolang dat over sportschoenen gaat of over verkiezingen vind ik het best. Maar als het over gezondheid van mensen gaat, vind ik dat niet goed. Als patiënten verkeerde geneesmiddelen krijgen, omdat die met marketingtechnieken zijn doorgedrukt, dan denk ik dat er tegengas moet zijn. Er moeten tegenkrachten komen! Die zijn er te weinig.”

U bent zo’n tegenkracht?
“Ja, die wil ik zijn! Mooi voorbeeld van zo’n doorgedramd middel: Avandia, een antidiabetesmiddel. Miljoenen gebruikten het. Vorig jaar werd het van de markt gehaald omdat er wereldwijd 47.000 mensen door waren gestorven. Het gaf een sterk verhoogd risico op hart- en vaatproblemen. Dat wíst GlaxoSmithKline, de producent. Volstrekt gewetenloos! GSK betaalde, mede voor het achterhouden van gegevens over ernstige hartritmestoornissen, een schikking van drie miljard dollar. Dit drama dreigt zich alweer te herhalen met een nieuwe generatie antidiabetica, de zogenaamde DPP4-remmers. Die zijn ze er alweer aan het instampen. En, hoewel niet bewezen veilig en niet bewezen effectief, schrijven duizenden artsen ze alweer voor. Kritiekloos, naïef.”
“Omzet in Amerika is nu al één miljard, in Nederland slikken al 30.000 mensen ze. Straks zijn de poppen weer aan het dansen, als blijkt dat patiënten er kanker van krijgen – alvleesklierkanker, dat is als bijwerking al gesignaleerd. We moeten, artsen die we zijn, gewoon onze verantwoordelijkheid dragen. Wij gaan over ons voorschrijfgedrag.”

Als u dit juridisch zou moeten vertalen, zou u dergelijk gedrag op één lijn zetten met doodslag: medeschuldig aan de dood van…
“Dat soort zware woorden gebruik ik liever niet. Maar inderdaad is dit het probleem: grote concerns die jaarlijks tientallen miljarden dollars omzetten, ze zijn gewoon niet meer aan te pakken. Ze brengen onmiddellijk honderd advocaten in stelling. Het eindigt nooit in de gevangenisstraf voor een van hun directeuren, ook al was hij verantwoordelijk voor de dood van zoveel patiënten. Nee, het wordt afgekocht. Omdat ze zo machtig zijn dat zelfs de Amerikaanse staat hen geen paal en perk meer kan stellen. Ze zijn almachtig, ze overstijgen het recht en kunnen hele regeringen platwalsen.”

Hoe moet dat nu straks in uw praktijk met de griepprik? Ongetwijfeld zullen patiënten zich weer melden.
“Als zij die injectie willen, dan zet ik hem. Ik doe dat echt tegen beter weten in, maar ik heb als huisarts geen keus.”

HANS VAN DER LINDE (1943, Amsterdam), ridder in de orde van Oranje-Nassau en drager van het Officierskruis, is vijfenveertig jaar getrouwd met Margot, met wie hij twee zonen, een dochter en een pleegdochter heeft. Sinds 1975 is hij huisdokter in Capelle a/d IJssel. Jarenlang was Van der Linde actief als bestuurder in tal van medische en maatschappelijke functies. Zo was hij voorzitter van de Stichting Trombosedienst en Artsenlaboratorium Rotterdam, voorzitter subsidieverlening bij het Koningin Juliana Fonds, bestuurslid van de Rotterdamse universiteitsfondsen en bestuurslid van het Kinderrevalidatie Fonds. Bovendien is hij oprichter van de nascholingsorganisatie voor huisartsen van de Landelijke Huisartsen Vereniging in Zuidwest-Nederland. Onlangs eindige voor hem een slepend gerechtelijk geschil met het staatsinstituut RIVM in onder meer de uitspraak dat hij geen grenzen had overschreden in het publieke debat over (griep)vaccinatie, waarvan RIVM-directeur Coutinho hem beschuldigde.

Bron: De Telegraaf, zaterdag 13 oktober 2012
Auteur: René Steenhorst

[fbcomments]