Vaccineren een zegen?

Vaccineren

Jaarlijks worden circa 1,2 miljoen vaccinaties verricht. Het inenten van jonge kinderen vormt een vrijwel voortdurende inspanning van de overheid en het medische systeem. Ieder jaar  lopen volgens opgave van het RIVM enkele honderden kinderen gezondheidsschade op door het vaccineren. Is vaccineren dan een zegen?

Statistieken laten gezondheidsverlies door vaccinaties zien

Per jaar lopen circa achthonderd kinderen gezondheidsschade op door een vaccinatie. Deze cijfers zijn op de website van het RIVM te vinden. Dan ligt het voor de hand dat de maatschappij, dat ouders vragen gaan stellen. Maar het gebeurt niet. Het door de overheid vastgestelde vaccinatieprogramma is voor velen een gegeven. Daar valt veel op af te dingen.

Waarom geen vragen?

Waarom stelt niemand meer die voor de hand liggende vragen? Hoe groot is de zekerheid van bescherming na een inenting? Hoe lang beschermt een vaccinatie? Welke risico’s loopt mijn kind bij het inenten? Raakt de ziekteverwekker door het veelvuldig enten niet gemuteerd? Wordt hij daardoor niet steeds agressiever? Als mijn kind is ingeënt en het toch de natuurlijke ziekte krijgt waartegen het is gevaccineerd, hoe ziek wordt het dan?

Effectief bestreden?

Dankzij het vaccinatieschema van het RIVM worden acute ziekten effectief bestreden, vindt men. Maar is dat wel zo? Afgaand op de statistieken leidden de nu bestreden kinderziekten al in de jaren ’70 onder jonge kinderen tot een sterftecijfer van 0 of misschien 1 per miljoen. Ze waren dus toen al nagenoeg uitgebannen. Dit door een betere voeding, een betere hygiëne (de aanleg van rioleringen) en de afschaffing van kinderarbeid.

Uitdijend programma

Niettemin is het vaccinatieschema in de laatste 25 jaar alleen maar verder uitgebreid en gratis aangeboden aan alle ‘pasgeboren ouders’. Aanvankelijk kreeg een baby alleen een vaccin tegen difterie, tetanus en polio (dtp-prik). Al snel kwam daar de k van kinkhoest bij (dtkp-prik). Vanaf de jaren ’80 besloten de overheid en RIVM ook te gaan inenten tegen rode hond, de bof en de mazelen. In de jaren ’90 kwam daar de hib-prik bij (tegen haemophilus influenzae type b) en vanaf begin 2000 de vaccinatie tegen meningococcen.

Dramatische toename

En waarom die voortdurende uitbreiding? Voor de start van het uitdijende vaccinatieprogramma waren de kinderziekten al zo goed als uitgebannen. Daar was dus weinig gezondheidswinst te halen. Jammer genoeg zien we sinds die tijd juist wel veel gezondheidsverlies. Het aantal chronische ziekten is dramatisch toegenomen. Met het vaccinatieprogramma lijken overheid en RIVM het paard achter de wagen te hebben gespannen. Vandaag de dag zijn er veel meer jonge kinderen dan ooit tevoren die bij voortduring zware synthetische medicijnen nodig hebben om relatief ‘gezond’ te kunnen leven.

Winst en verlies

We zetten een korte winst- en verliesrekening op:

  • Sinds de jaren ’80 is het aantal kinderziekten niet drastisch gedaald. Dat aantal was al zeer laag. De winst van het programma is dus niet aanwijsbaar.
  • Voor de jaren ’80 kwamen bijna geen allergieën voor. Sinds de jaren ’80 jammer genoeg zeer veel.
  • Voor de jaren ’80 bestond bijna geen ADHD en PPD-NOS-problematiek. Sinds de jaren ’80 lijkt iedere schoolklas een aantal van deze probleemleerlingen te hebben.
  • Voor de jaren ’80 was het absoluut niet normaal dat een peuter en kleuter  chronische klachten ontwikkelden. Sinds de jaren ’80 is dat heel normaal geworden.
  • Voor 2000 kwam onder peuters vrijwel geen suikerziekte voor. Sinds de invoering van de meningococcenvaccinatie zien we die chronische ziekte wel schrikbarend veel voorkomen op zeer jonge leeftijd. Dat impliceert dat zij een heel leven lang synthetische insuline moeten blijven spuiten!

Hoe is het mogelijk?

Niet één keer heb ik de vraag horen stellen hoe bovengenoemde verliezen nu mogelijk zijn. Hoe komt een peuter aan diabetes, astma, ADHD of aan koemelkallergie? Dit jonge kind heeft nog te kort geleefd om daarvan in zijn eigen leven een oorzaak te vinden. Vroeger kwamen deze chronische ziekten vrijwel niet voor. Nu wel. Wat is een aannemelijke verklaring daarvan?

Deze vragen rijgen zich aan andere: Is een grootscheeps vaccinatieprogramma nog echt nodig om onze kinderen te beschermen tegen ziekten die er niet meer zijn? We laten ze toch ook niet inenten tegen de pest? Kan er een relatie bestaan tussen het vaccinatieprogramma en de stijging van chronisch zieke kinderen. Kortom, worden we wel beter van dat vaccineren?

Extreem vroege manifestatie

Als een kind lijdt aan een bepaalde ziektevorm vinden we die ook bijna altijd terug in het voorgeslacht. Een voorbeeld: oma had reuma, opa astma, moeder is allergisch en het kind wordt geboren met eczeem en astma. Of: opa had vroeger tbc; dan kon je verwachten dat kinderen en kleinkinderen ontvankelijk waren voor kinkhoest. Dus vanuit het voorgeslacht wordt erfelijk materiaal – genetisch en als een soort van ziektetendens – op het nageslacht overgedragen. Dat is een actief proces. Die overdracht vindt normaal pas later plaats. Zou het niet zo kunnen zijn dat we de ziekten die we nu bij jonge kinderen vinden, moeten duiden als een extreem vroege manifestatie van erfelijke belastingen? En hoe kan dat dan gebeuren?

Functie immuunsysteem

De verklaring ligt zo goed als zeker in ons immuunsysteem. Iedere arts zal bevestigen dat het menselijke immuunsysteem acute ziekten nodig heeft om zichzelf te kunnen ontwikkelen. Om de mens weerbaar te maken tegen alle ziekmakende omgevingsfactoren. Maar het kind mag tegenwoordig niet meer ziek zijn. We denken het beter te weten dan ons lichaam. Ook al lijkt vaccineren de oplossing, we beperken daardoor ons organisme in reactievermogen. Daardoor is het immuunsysteem niet in staat zich goed en degelijk te ontwikkelen. Een gevolg kan bijvoorbeeld een ademdepressie zijn die tot wiegendood leidt.

Van acuut naar chronisch

De acute ziekte is uitgebannen. Hetzij door zware chemische medicijnen die het gestel verzwakken en immuunreacties onderdrukken. Hetzij door overmatig vaccinatie die het nog weinig weerbare kinderlichaam extra vervuilt met ziekteproducten en giftige hulpstoffen. Het immuunsysteem moet alle zeilen bijzetten om een reactie te geven op de vaccinatie. Daardoor wordt het jonge kind steeds afgeleid van wat het moet doen: drinken, slapen, groeien en ontwikkelen. Het laat constitutioneel steekjes vallen. Want het kan niet twee dingen tegelijk doen. Niet èn zich verweren tegen het ingespoten vaccin èn drinken, slapen, groeien etc. De weegschaal slaat nu door van acute ziekten naar chronische ziekten. Van ziekten die van voorbijgaande aard zijn en die het kind sterker maken naar ziekten die het kind zwakker en de farmaceutische industrie rijker maken. De gevolgen kunnen we dagelijks om ons heen zien.

Het chronisch zieke kind ziet doorlopend witjes. Heeft steeds een snotneus en een oorontsteking. Is vaak moe, hangerig en heeft weinig eetlust. Ondanks regelmatige bezoeken aan de huisarts, pufjes, inhalers en antibioticakuren komt het er maar niet bovenop. Het kind is weinig vitaal. Is dat de ‘ziektewinst’ van het vaccinatieprogramma?

Collectieve misvatting

Angst en onwetendheid vormen de drijfveer van ouders om hun kind te laten vaccineren. Ten onrechte worden kinderziekten afgeschilderd als een bedreiging voor het leven van het kind. De statistieken logenstraffen deze collectieve misvatting. Als een kind gezond is, kan het rustig een kinderziekte krijgen, zonder dat ouders en overheid bang hoeven te zijn voor complicaties. Kinderziekten bieden het kinderlichaam juist de mogelijkheid om uit te groeien tot een eigen ‘voertuig’ dat past bij de eigen identiteit en het eigen leven. Want na zeven jaar is geen molecuul meer over van het lichaampje dat het kind van de ouders heeft gekregen. Het levensprincipe van het kind heeft zich de substantie eigen gemaakt tot in de diepte van de celkern.

Krachtiger uit ziekte gekomen

Het immuunsysteem vormt een essentieel onderdeel van dat eigen ‘voertuig’. Laten we het mazelenvirus als voorbeeld nemen. Dat bevindt zich in de lichaamscel. Is een kind besmet met dit virus, dan is het immuunsysteem gedwongen om tot op celniveau orde op zaken te stellen. De koorts zorgt ervoor dat alle onregelmatigheden uit de cel worden gebrand. Gedurende dat proces brandt de koorts ook erfelijke belastingen uit het lichaam. Ouders vertellen vaak dat een kind krachtiger uit een ziekte te voorschijn is gekomen. Veel weerbaarder en daarom ook veel minder gevoelig voor welke infectieziekte dan ook.

Conclusie

Het jonge kind verdient de mogelijkheid zichzelf te bevrijden van de ziektetendensen vanuit het voorgeslacht. Dat doet het door middel van de acute ziekten met hun constitutiezuiverende koortsen. Daardoor kan het kind zich later zo lang mogelijk vrijwaren van een chronische ziekte, van ziektetendensen van buitenaf en van binnenuit. Wanneer een kind niet meer acuut ziek mag zijn, nemen wij het kind die mogelijkheid af en zal de kans op chronische ziekten op jonge leeftijd toenemen. De statistieken laten het jammer genoeg zien.

 

Vandaag de dag zijn er veel meer jonge kinderen dan ooit tevoren
die bij voortduring zware synthetische medicijnen nodig hebben
om relatief ‘gezond’ te kunnen leven

Lees ook:

Photo Credit: Tom & Katrien via Compfight cc