Wel of niet de anticonceptie pil?

Anticonceptie pil

Hoewel een zeer groot aantal mensen is opgegroeid met de pil als anticonceptie middel, kunnen én mogen we onszelf nog steeds de vraag stellen of het verstandig is om dit te doen.

Het lijkt een automatisch (lees: onbewust) gebeuren. Immers, we gaan naar de huisarts, vaak al op zeer jonge leeftijd, vragen om de pil en deze wordt zonder problemen voorgeschreven. We willen de pil gaan gebruiken om de meest uiteenlopende klachten mogelijk op te lossen; acné, menstruatiestoornissen in de zin van onregelmatigheid of een teveel aan bloedverlies, hoofdpijn tijdens de menstruatie, buikpijn, als doorslik-middel ter voorkoming van de menstruatie tijdens de vakanties, of als voorbehoedsmiddel.

De pil lijkt alles op te lossen. Hoewel sommige huisartsen al iets terughoudender aan het worden zijn, zijn er nog geen argumenten duidelijk om de pil uit ons leven te schrappen. En dat doen we dus ook niet.

De nadelen van de pil

Nadelen zijn er zeker over bekend; mogelijk hoge bloeddruk, meer vaginale afscheiding, grotere gevoeligheid voor vaginale infecties, kans op hoofdpijn, depressies, vocht vast houden, gewichtstoename, trombose –zeker in combinatie met roken-, vervlakking van het gevoelsleven en een verminderde zin in vrijen.

Voordelen zijn er ook; het maandelijks bloedverlies is minder, de cyclus is zeer regelmatig en de maandelijkse ongesteldheid is door haar geringe intensiteit vaak minder pijnlijk. Waarom zullen we nu kanttekeningen willen zetten bij het gebruik van de pil en haar gevolgen? De pil neutraliseert het zogenaamde feedback-systeem. Dat wil zeggen dat het hormoon-systeem, dat onderling op elkaar is afgestemd en daardoor ook zo nauwgezet kan functioneren, kunstmatig in stand gehouden wordt. Is het erg om een orgaan of een orgaansysteem kunstmatig in stand te houden? Het is in zoverre erg, dat we op z’n minst moeten weten wat de gevolgen zijn van een orgaan of een orgaansysteem kunstmatig in stand te houden. Als “iets” geen functie meer heeft en dit een tijd lang voortduurt, dan zal het de mogelijkheid en de herinnering van zijn functie verliezen. Dan “weet” hij niet meer wat hij moest doen.

Een logisch voorbeeld daarvan is; wanneer een hart, ritme stoornissen heeft en daarvoor medicijnen krijgt om het ritme te laten behouden, dan mag je als patiënt nooit met deze medicijnen stoppen. Doe je dat wel, dan loop je het risico dat je hart stil blijft staan. Doodeenvoudig omdat hij vergeten is wat hij behoort te doen. Bij ons hormoon-systeem is het niet anders. Door het terugkoppel-systeem te verbreken en er iets kunstmatigs voor in de plaats te zetten, creëer je na verloop van tijd een onbalans wordt lui en ook de andere klieren zullen niet meer adequaat kunnen reageren. Door deze langdurige eenzijdige prikkel ontregel je het hele systeem. Dat betekent dat je in “crisis”-situaties niet meer zo reageert zoals het zou moeten. Bijvoorbeeld na de bevalling, wanneer je hormoonhuishouding weer tot eigen proporties moet worden teruggebracht. Of in de zwangerschap zelf, waarbij de hormoonhuishouding ineens ook anders van samenstelling is.

Vervlakking

Door het pilgebruik kan vervlakking ontstaan. Er is geen relatie meer tussen hormonen en emoties. Terwijl hormonen “de boodschappers van ons lichaam” genoemd worden. Dat wat we ervaren, voelen, kan dan omgezet worden. Hormonen komen op alle plaatsen in ons lichaam. In iedere cel, via ons bloed. Het Griekse woord “horman” betekent: in beweging zetten. Door het systeem langdurig te ontregelen valt er niets meer in beweging te zetten. Niet op emotioneel niveau, niet op functioneel niveau en niet meer op fysiek niveau. Er ontstaan zogenaamde iatrogene ziekten. Iatrogene ziekten zijn geneesmiddelen-ziekten, ontstaan door medicijngebruik. Concreet betekent dit, dat door aanhoudend pilgebruik emotionele en/of functioneel stoffelijke problematiek ontstaat. Een bekend verschijnsel is de postnatale depressie. Het evenwicht is zoek en door het niet meer adequaat reageren van het hormoon-systeem ontstaat er een schommeling die niet correct op te vangen is. Een ander voorbeeld van functioneel stoffelijke problematiek is de bekkeninstabiliteit. Hierbij is het dus letterlijk niet meer mogelijk om in beweging te komen. Deze informatie maakt naar mijn gevoel de keuze om wel of niet de pil te slikken moeilijker, maar ook eerlijker. Er is een afweging mogelijk. We kunnen zelf de verantwoordelijkheid nemen voor onze keuze en mogelijke consequenties een plek geven. We kunnen andere voorbehoedsmiddelen vergelijken met elkaar.

We kunnen kijken wat het best bij onze relatie past en de reden bewust maken waaróm de keus op het één of op de ander laten vallen.

Meer weten over homeopathie en anticonceptie? Raadpleeg een homeopaat bij jou in de buurt.