Helft kankermedicijnen verbetert overleving niet

Kanker

Ondanks de vaak hooggestemde verwachtingen is van ruim de helft van de nieuwe kankermedicijnen die de Amerikaanse geneesmiddelautoriteit FDA goedkeurde in de periode 2008-2012 niet aangetoond dat ze het leven van kankerpatiënten verlengen.

In een kort onderzoeksartikel, gepubliceerd in JAMA Internal Medicine van deze week, publiceren Chul Kim en Vinay Prasad de bedroevende resultaten. Ze screenden 54 kankermedicijnen – in de meeste gevallen monoklonale antilichamen of kinaseremmers – die door de FDA waren toegelaten op geleide van de uitkomsten op surrogaateindpunten, zoals de mate waarin tumorgrootte of -volume afneemt tijdens de behandeling. Bij sommige medicijnen werd ook gekeken naar progressievrije of ziektevrije overleving.

De cijfers

Van de 54 medicijnen die in het bestudeerde tijdvak werden toegelaten, was van 18 al bewezen dat ze het leven verlengen. Van de resterende 36 middelen bleken er 5 de overleving te verlengen, 18 middelen hadden geen effect, en van 13 was dat niet onderzocht of in ieder geval volstrekt onzeker.

In het algemeen, zo stellen de auteurs, blijken correlaties tussen de uitkomsten op surrogaateindpunten en overleving zeer pover. Ze vinden daarom dat de FDA beter zijn werk moet doen. Al in 2009 verscheen een kritisch rapport waarin de FDA werd gevraagd maar liefst 400 postmarketing studies te bevorderen. Maar na enige jaren bleek dat 30 procent van die studies nog gaande was, of erger: was uitgesteld, vertraagd of beëindigd. Volgens Kim en Prasad heeft de FDA sindsdien nimmer van enig kankermedicijn de toelating ingetrokken. Een slechte zaak, vinden ze, want zo blijven kostbare en toxische geneesmiddelen op de markt waar geen patiënt beter van wordt.

Bron: Medisch Contact

Fotocredits: michellehurwitz (CC – Flickr)