Darmflora essentieel voor bescherming tegen astma

Microbioom

Veranderingen in het microbioom van de pasgeborene beïnvloeden het risico om astma te ontwikkelen op latere leeftijd.

Bij kinderen onder de drie maanden met een hoog risico op astma komen vier specifieke darmbacteriën minder voor (voor de liefhebber: Lachnospira, Veillonella, Faecalibacterie en Rothia). Dit wijst op een kritiek venster: in de eerste honderd dagen moeten de therapeutische interventies plaatsvinden om astma te voorkomen. Deze bevindingen presenteren Marie-Claire Arrieta e.a. in het tijdschrift Science Translation Medicine.

Dat het ontstaan van astma beïnvloed wordt door zowel genetische als omgevingsfactoren is alom bekend. Er zijn meerdere factoren waarvan bekend is dat ze de darmflora beïnvloeden: pre-/perinatale antibiotica, geboorte via een keizersnede en flesvoeding in plaats van borstvoeding.

In het onderzoek van Arrieta e.a. wordt het belang van een gezonde darmflora vroeg in het leven onderschreven. De onderzoekers analyseerden ruim driehonderd fecesmonsters van pasgeborenen van 3 maanden. In de feces werden het aantal en het soort darmbacteriën bepaald. Hierbij vond men geen verschil in het totale aantal darmbacteriën, maar vier specifieke soorten waren wel significant minder aanwezig bij de kinderen met een verhoogd risico op astma. In de groep kinderen met de verstoorde darmflora, kwam op latere leeftijd significant meer astma voor. Na een jaar werd het fecesonderzoek herhaald; de verschillen in het microbioom waren op die leeftijd verdwenen.

Om aan te tonen dat de aanwezigheid van deze vier bacteriën inderdaad invloed heeft op de ontwikkeling van astma, werd een vervolgonderzoek gedaan met muizen. De ene groep muizen kreeg een vaccinatie met de vier bacteriën, de andere groep niet. De gevaccineerde groep ontwikkelde minder of in ieder geval minder ernstige astma op latere leeftijd.

Bron: Medisch Contact